-
1 vertrappen
n. trample--------v. trample, poach, savage -
2 treden
1 [gaan] step♦voorbeelden:de rivier is buiten haar oevers getreden • the river has overflowed (its banks)in iemands voetstappen treden • follow in someone's footstepsin bijzonderheden treden • go into detail(s)in dienst treden • take up one's dutiesin contact treden met iemand • contact someonein het huwelijk treden (met) • get married (to someone)II 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [overtreden] trample/tread (on)2 [de voet zetten op; bespringen] tread♦voorbeelden:1 iets met voeten treden • trample on/violate something -
3 vertrappen
1 tread on, trample underfoot 〈 ook figuurlijk〉♦voorbeelden:een overwonnen volk vertrappen • trample a conquered people underfoot -
4 afstampen
v. stamp, tread out, trample on -
5 met voeten treden
v. override, trample under foot -
6 stampen op
v. trample upon -
7 trappelen
v. patter, trample -
8 doodtrappen
-
9 een overwonnen volk vertrappen
een overwonnen volk vertrappenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > een overwonnen volk vertrappen
-
10 hart
1 [spier, hartstreek; innerlijk gemoed] heart2 [gezindheid, vriendschap] heart4 [als voedsel; iets met hartvorm] heart♦voorbeelden:in de grond van mijn hart • in my heart of heartsuit de grond van zijn hart • from the bottom of one's hearthij is een jager in hart en nieren • he is a hunter in heart and soulde stem van zijn hart volgen • follow (the voice of) one's heartmet hart en ziel • with all one's heart, with heart and soulzich met hart en ziel wijden aan iets • put one's heart and soul into something, devote one's heart and soul to somethingmet een gerust hart • with an easy mindhet komt uit een goed hart • it's meant wellhet heilig hart • the Sacred Hearteen zwak hart hebben • have a weak heartiemands hart breken • break someone's heart〈 figuurlijk〉 ik hield mijn hart vast • my heart missed a beat, my heart was in my mouth〈 figuurlijk〉 je houdt je hart vast bij de gedachte dat • it's just too awful to think what might happen ifmet kloppend hart • with pounding heart〈 figuurlijk〉 het hart klopte hem in de keel • his heart was in his throat/mouthje kunt je hart ophalen • you can enjoy it to your heart's contenthaar hart stond even stil/sloeg over • her heart missed a beatzijn hart uitstorten • pour out/unburden/open one's heart (to someone)zijn hart aan iemand verloren hebben • have lost one's heart to someonezijn hart aan iets verpanden • lose one's heart to somethinghet aan het hart hebben • have a heart conditioniemand na aan het hart liggen • be very dear to someone hearthet gaat mij toch aan het hart • it really touches medat gaat hem aan het hart • it (really) hurts/grieves him(diep) in zijn hart hield hij nog steeds van haar • in his heart (of hearts) he still loved herdat is een man naar mijn hart • he's a man after my heartiets op zijn hart hebben • have something on one's mindiemand iets op het hart drukken • impress something on someone('s mind)zeg maar wat je op het hart hebt • get it off your chesthet hart op de tong hebben/dragen • wear one's heart on one's sleevemet de hand over het hart strijken • show mercyvan zijn hart geen moordkuil maken • make no disguise of one's feelingsdat moet mij toch van het hart • I just have to get this off my chest〈 spreekwoord〉 waar het hart van vol is, loopt de mond van over • what the heart thinks, the tongue speaksiemand geen kwaad hart toedragen • bear someone no ill williets een warm hart toedragen • be well disposed towards somethinghart voor een zaak hebben • have one's heart in a matterde harten van de mensen veroveren • capture people's hearts3 heb het hart eens! • don't you dare!, just you try it!iemand een hart onder de riem steken • hearten someone, buck someone uphet hart zonk hem in de schoenen • he lost heart, his heart sank into his bootsde schrik sloeg hem om het hart • his heart missed a beat/was in his mouth5 in het hart(je) van de stad wonen • live in the heart/centre of the cityiets van ganser harte doen • do something wholeheartedlyhet ging niet van ganser harte • it was only halfheartedlyiets niet over zijn hart kunnen verkrijgen • not find it in one's heart to do somethingiets ter harte nemen • take something to heartdat gaat mij zeer ter harte • I have that very much at heartvan harte gefeliciteerd • my warmest congratulationshij deed het, maar het ging niet van harte • he did it, but his heart wasn't in it -
11 het recht met voeten treden
het recht met voeten tredenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > het recht met voeten treden
-
12 iemand op het hart trappen
iemand op het hart trappenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > iemand op het hart trappen
-
13 iets met voeten treden
iets met voeten tredentrample on/violate somethingVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > iets met voeten treden
-
14 intrappen
1 [trappend breken/forceren] kick in/down2 [door trappen ergens in brengen] kick in(to)♦voorbeelden:1 de deur intrappen • kick the door in/down -
15 platlopen
1 tread/trample down/flat -
16 plattreden
-
17 recht
recht1〈 het〉2 [rechtsregels; rechtsgeleerdheid] law3 [rechtspraak] justice4 [proces] court5 [bevoegdheid, voorrecht] right6 [meervoud] [bevoegdheden behorend bij een stand/positie] rights8 [meervoud] [bevoegdheid tot reproductie van een boek/film enz.] (copy)right(s)9 [belasting] duty♦voorbeelden:recht doen aan iets • do justice to something〈 figuurlijk〉 iemand/iets geen recht doen • be unfair to someone/somethinghet recht handhaven • uphold the lawhet recht met voeten treden • trample justice underfootin zijn recht zijn/staan • be within one's rightsje kan je met recht afvragen wat … • you may well wonder what …met recht razend zijn • have good reason to be furiousagrarisch/fiscaal/militair recht • agrarian/fiscal/military lawburgerlijk recht • civil lawhet geschreven recht • written/statute lawhet ongeschreven recht • unwritten/common lawpubliek en privaat recht • public and private lawRomeins recht • Roman lawhet recht in eigen handen nemen • take the law into one's own handsrechten studeren • read/study lawmeester in de rechten • Master of Lawskrachtens recht en gewoonte • by right and customkrachtens/volgens Engels recht • under English lawnaar Nederlands recht • according to Dutch lawrecht doen in een zaak • decide on a caserecht vorderen/zoeken • demand/seek justice4 in rechte iets afdwingen/eisen/vorderen • enforce/demand something in a court of lawhet recht van de sterkste • the law of the jungleaangeboren en verworven rechten • birthrights and acquired rightsdat is mijn goed recht • that is my righthet volste recht hebben om … • have every right to …zijn graad geeft hem het recht om … • his degree qualifies him to …het recht hebben om zijn kinderen te zien • have access to one's childrenniet het recht hebben iets te doen • have no right to do somethingiemand het recht ontzeggen om … • deny someone the right to …evenveel recht van spreken hebben als de rest • have an equal voice with the restgeen recht van spreken hebben • have no right to speakdoor dat te doen had hij geen recht van spreken meer • by doing that he put himself out of courtiedereen heeft het recht om … • everyone has the right to …op zijn recht(en) staan • insist on one's right(s)〈 figuurlijk〉 zijn kwaliteiten komen daar veel beter tot hun recht • he can make far better use of his talents there〈 figuurlijk〉 iemand/iets (niet) tot zijn recht laten komen • do (no) justice to someone/somethingvoor zijn recht(en) opkomen • defend one's right(s)de rechten van de vrouw • women's rightsburgerlijke/politieke rechten • civil/political rightsde oudste rechten hebben • have first claimgeen recht hebben op • have no right/claim tozijn rechten laten gelden • exercise one's rightsrecht hebben/geven op iets • have/give the right to somethingalle rechten voorbehouden • all rights reservedvrij van rechten • free of duties————————recht21 [niet gebogen/bochtig; niet scheef/schuin] straight2 [rechtop] straight (up), upright3 [normaal] 〈 bijvoeglijk naamwoord〉 right 〈 kant van stof〉; direct 〈 evenredigheid〉; 〈 bijwoord〉 directly 〈 evenredig〉♦voorbeelden:op het laatste rechte stuk • on the home straightje bord moet je wel recht houden • you must keep your plate straightde auto kwam recht op ons af • the car was coming straight at usiets recht leggen • put something straightrecht op iemand/iets afgaan • go straight for someone/somethingiets recht snijden • cut something (off) straightrecht omhoog/omlaag • straight up/downiemand recht in de ogen kijken • look someone straight in the eyerecht op zijn doel afgaan • go straight for one's goalrecht van lijf en leden • straight-limbedrecht voor zich uitkijken • look/stare straight aheadrecht op zijn benen staan • stand up straightrecht zitten/staan • sit/stand up straightrecht overeind • straight up, bolt uprightrecht evenredig zijn met • be directly proportional to〈 breien〉 eerst drie averecht, dan drie recht • first three purl, then three plainhet rechte van iets weten • know the ins and outs of somethingII 〈 bijwoord〉1 [formeel] [echt] really2 [precies] straight♦voorbeelden:2 hangt/zit mijn jurk recht? • is my dress straight?ze reden recht op elkaar in • they collided head-onhij woont recht tegenover mij • he lives straight across from merecht tegenover elkaar • face-to-face -
18 stuktrappen
См. также в других словарях:
trample — [tram′pəl] vi. trampled, trampling [ME trampelen, freq. of trampen: see TRAMP] to tread heavily; tramp vt. to crush, destroy, hurt, violate, etc. by or as by treading heavily on n. the sound of trampling trample under foot or trample on or… … English World dictionary
Trample — Tram ple, v. t. [imp. & p. p. {Trampled}; p. pr. & vb. n. {Trampling}.] [OE. trampelen, freq. of trampen. See {Tramp}, v. t.] 1. To tread under foot; to tread down; to prostrate by treading; as, to trample grass or flowers. Dryden. [1913 Webster] … The Collaborative International Dictionary of English
Trample — Tram ple, n. The act of treading under foot; also, the sound produced by trampling. Milton. [1913 Webster] The huddling trample of a drove of sheep. Lowell. [1913 Webster] … The Collaborative International Dictionary of English
trample — ► VERB 1) tread on and crush. 2) (trample on/upon/over) treat with contempt. ORIGIN from TRAMP(Cf. ↑tramper) … English terms dictionary
Trample — Tram ple, v. i. 1. To tread with force and rapidity; to stamp. [1913 Webster] 2. To tread in contempt; with on or upon. [1913 Webster] Diogenes trampled on Plato s pride with greater of his own. Gov. of Tongue. [1913 Webster] … The Collaborative International Dictionary of English
trample — index spurn, subjugate Burton s Legal Thesaurus. William C. Burton. 2006 … Law dictionary
trample on — index damage, mistreat, violate Burton s Legal Thesaurus. William C. Burton. 2006 … Law dictionary
trample — (v.) late 14c., to walk heavily, frequentative form of TRAMP (Cf. tramp). Transitive sense is first found 1520s. Related: Trampled; trampling … Etymology dictionary
trample — [v] walk forcibly over bruise, crush, encroach, flatten, grind, hurt, infringe, injure, override, overwhelm, pound, ride roughshod over*, run over, squash, stamp, step on, stomp, tramp, tread, tromp, violate; concepts 137,208 … New thesaurus
trample — UK [ˈtræmp(ə)l] / US verb [intransitive/transitive] Word forms trample : present tense I/you/we/they trample he/she/it tramples present participle trampling past tense trampled past participle trampled 1) to put your feet down on someone or… … English dictionary
trample — v. 1) (d; intr.) to trample on, upon (to trample on smb. s rights) 2) (misc.) to trample underfoot * * * [ træmɔɪ(ə)l] upon (to trample on smb. s rights) (d; intr.) to trample on (misc.) to trample underfoot … Combinatory dictionary